Niezen en snotteren: last van pollen?

12 juni 2018

Bij pollenallergie reageert het afweersysteem ongecontroleerd en overmatig op pollen (stuifmeel) van planten. De pollen zijn niet noodzakelijk afkomstig van de dichtstbijzijnde beplanting, via de wind kunnen ze namelijk van erg ver komen. Enkel een geneesheer kan uitmaken of dat het wel degelijk gaat om een allergie aan pollen, én welk type die de reactie uitlokt. De pluisjes die door de wind vervoert worden en met het blote oog zichtbaar zijn, zijn geen pollen, maar wel delen van zaden of vruchten van planten.

De klachten beginnen van zodra het stuifmeel via de slijmvliezen van de ogen, neus en luchtwegen het lichaam binnenkomt. De klachten zijn jeuk, irritatie, niesbuien, kriebelhoest, een loop- of verstopte neus, … Ongeveer 20% van de bevolking heeft last van een pollenallergie. De meeste klachten situeren zich tussen februari en augustus. Het kan zowel gaan om pollen van grassen, bomen als van (on)kruiden. De sporen van schimmels kunnen ook allergische reacties opwekken.

Niet enkel het stuifmeel van planten kan allergische reactie uitlokken. Bepaalde voedingsmiddelen en cosmetica, huisstofmijten, en dierenharen zijn potentiële allergenen. Nader onderzoek door een geneesheer moet hierover uitsluitsel geven. Een huidtest en/of bloedonderzoek kan uitsluitsel geven over het type allergeen dat de allergie veroorzaakt. Een dergelijke test laat ook toe de intensiteit te bepalen. 

Voor alle duidelijkheid: de pluisjes die door de wind vervoert worden, zijn geen pollen. Ze maken deel uit van de zaden of vruchten van planten. Denk maar aan de pluisjes die door populieren, wilgen en paardenbloemen geproduceerd worden. Dergelijke pluisjes zijn dus geen allergenen. Pollen/stuifmeel is met het blote oog niet zichtbaar.

Afhankelijk van de windsnelheid en de eigenschappen van de pollen kan een stuifmeelkorrel tot maximaal 20 km afstand overbruggen.

De ernst van de pollenallergie hangt van verschillende factoren af:

  • het type stuifmeel dat de allergie veroorzaakt (kan bepaald worden      door een geneesheer);
  • het tijdstip in het jaar (zie pollenkalender in bijlage);
  • de mate waarop het immuunsysteem reageert op de pollen.

Pollen zijn niet het hele jaar door aanwezig in de lucht. De intensiteit, duur, en aanvang van het pollenseizoen verschilt van jaar tot jaar. De weersomstandigheden hebben hierop een grote invloed. Als het regent slaat het stuifmeel neer op de grond. Het pollenseizoen start in januari. De hazelaar is de eerste die pollen produceert. Van januari tot april zijn het hoofdzakelijk de bomen die pollen produceren, van mei tot september zijn het de kruidachtigen. De meeste mensen die allergisch reageren op het stuifmeel van een bepaalde soort plant, reageren ook allergisch op het stuifmeel van verwante soorten. Zo bevat het stuifmeel van alle bomen uit de berkenfamilie (Betulaceae) soortgelijke allergenen. Het is ook mogelijk dat er een kruisreactie optreedt tussen pollen en voedingsmiddelen. Personen die allergisch reageren op , bijvoorbeeld, berkenstuifmeel, kunnen ook allergische symptomen ontwikkelen bij het eten van bepaalde vruchten uit de rozenfamilie (appelen, peren, …). Eenmaal de oorzaak van de allergische reactie bekend is, kan geprobeerd worden de onaangename symptomen te verminderen door contact met de allergenen te vermijden. Dit kan bijvoorbeeld door, tijdens die periode van het jaar waarin de pollen in de lucht aanwezig zijn (zie pollenkalender in bijlage), :

  • inspanningen in open lucht te vermijden;
  • een bril te dragen om contact te voorkomen;
  • naar de zee te gaan (de lucht bevat er weinig pollen);
  • het gebruik van papieren wegwerpzakdoekjes;

De arts kan ook overwegen om, preventief, een medicijn voor te schrijven (een antihistaminicum of corticosteroïden).

Men kan niet zomaar besluiten dat een allergische reactie veroorzaakt wordt door een plant.  Enkel een geneesheer kan bepalen dat iemand al dan niet allergisch is aan pollen. Er moet ook nagegaan worden welke pollen de oorzaak zijn van de allergie. Niet enkel de dichtstbijzijnde beplanting kan de oorzaak zijn. Pollen kunnen door de wind heel ver verplaatst worden.

 

 

 

 

 

 

 

 


Contactinformatie