Iedereen zegt het wel eens: fietsen verleer je nooit. Maar wat als je het nooit geleerd hebt? Elk jaar zetten een 30-tal volwassenen in Ieper voor de eerste keer in hun leven de voeten op de pedalen. Dankzij het project ‘Steunwiel’ winnen ze zo niet alleen een nieuwe vaardigheid, maar ook een stukje vrijheid. We gingen in gesprek met verantwoordelijken, vrijwilligers en cursisten.
Meer dan leren fietsen
Bij dienst Welzijn komen medewerkers geregeld in contact met mensen die nooit hebben leren fietsen. Voor velen is fietsen vanzelfsprekend, maar dat geldt lang niet voor iedereen. “Wie opgroeide in een land waar fietsen minder ingeburgerd is of thuis nooit de kans kreeg om het te leren, mist vaak een belangrijke vaardigheid”, vertelt Maarten, sociaal werker Buurtgerichte Zorg. Nochtans maakt een fiets in onze regio een wereld van verschil. Je raakt er sneller mee op je werk, in de winkel of bij familie en vrienden. Bovendien is een fiets een betaalbaar vervoermiddel.
Cursist Emelyne Kwzera
“Ik woon inmiddels vier jaar in België. Waar ik opgegroeid ben, verplaatste ik mij altijd te voet of met de auto. Ik durfde eigenlijk niet met de fiets te rijden, omdat ik bang was om te vallen.
Toen ik een tijdje in Ieper woonde, sprak de maatschappelijk werker mij aan met de vraag of het niet handig zou zijn om te leren fietsen. Ik was nog steeds bang en had eigenlijk weinig zin om dit te doen, maar de maatschappelijk werker stelde het later nog eens voor. Toen ben ik uiteindelijk naar de eerste les gegaan. Het was niet eenvoudig, maar tijdens de tweede les kon ik al zelfstandig fietsen. Ik ben blij dat ik de lessen gevolgd heb.
Na de fietslessen zocht ik vrijwilligerswerk. Omdat ik goed met kinderen kan omgaan, werd mij gevraagd of ik kon helpen bij de fietslessen voor kinderen. Ondertussen heb ik al drie lessenreeksen mee geholpen. Dat is erg fijn om te doen."
Een fiets is niet altijd vanzelfsprekend
Alleen leren fietsen is niet voldoende. Je hebt natuurlijk ook een fiets nodig. Davy, maatschappelijk werker Welzijn: “Daarom werd een inzamelactie georganiseerd voor oude, maar nog bruikbare fietsen. Het fietsatelier van het Psychiatrisch Ziekenhuis Heilig Hart zorgde ervoor dat elke fiets volledig werd nagekeken en rijklaar werd gemaakt. Zo ontstond een duurzame voorraad betaalbare fietsen voor mensen met beperkte financiële mogelijkheden.”
Maar om lessen te geven, zijn natuurlijk lesgevers nodig. Gelukkig kan daarvoor gerekend worden op heel wat geëngageerde vrijwilligers. Vaak gaat het om gepassioneerde fietsers die graag hun kennis doorgeven aan anderen. Al is dit niet altijd evident, maar met de juiste aanpak en doorzetting lukt het meestal wel. De deelnemers zijn vaak mensen met een migratieachtergrond, maar net zo goed krijgen ze vragen van mensen die hier al hun hele leven geworteld zijn.
Vrijwilliger Rik Deryckere
“In 2016 hoorde ik dat er een inzamelactie liep om oude fietsen te verzamelen. Toen ik ontdekte dat er ook een traject was waarin mensen leerden fietsen, wist ik meteen: daar wil ik bij zijn. Ik heb een paar vrienden warm gemaakt om mee te doen, en samen zijn we aan de fietslessen begonnen.
Intussen zijn we acht jaar verder en hebben we al heel wat cursisten zien passeren. Het mooiste moment blijft wanneer we hen later opnieuw tegenkomen op de fiets, zelfverzekerd, onderweg naar werk, school of gewoon hun dagelijkse leven. Ik heb enorm veel respect voor hun doorzettingsvermogen. Als volwassene leren fietsen is geen evident proces, maar ze doen het stap voor stap, met lef, geduld en een flinke portie motivatie. Dat blijft inspirerend om te zien.”
Leren fietsen in tien lessen
“Niet iedereen kan zomaar aansluiten bij de fietslessen. Deelname gebeurt uitsluitend na doorverwijzing via het OCMW. Daar wordt bekeken wie het meest baat heeft bij fietslessen, bijvoorbeeld in het kader van een tewerkstelling,” vertelt Shafiq, intercultureel brugfiguur bij stad Ieper. Op basis van die selectie worden groepjes samengesteld van ongeveer acht deelnemers die samen leren fietsen.
Elke reeks omvat een tiental lessen van telkens anderhalf uur. De lessen combineren praktijk (écht leren fietsen, evenwicht vinden, veilig deelnemen aan het verkeer), met een stuk theorie als achtergrond.
De fietslessen richten zich in de eerste plaats op volwassenen vanaf 16 jaar, maar de voorbije jaren merkten we dat er ook bij kinderen nood is aan extra ondersteuning. Daarom organiseren ze tijdens de schoolvakanties af en toe fietslessen, voor iets oudere kinderen die thuis moeilijk kunnen oefenen.
Voor de jongere kinderen bestaat er een ander aanbod: de stedelijke sportdienst organiseert regelmatig ‘Kijk, ik fiets’. Dat is een speelse les voor kinderen van 3 tot 6 jaar, waarin ze vaak al na één sessie zelfstandig kunnen fietsen.
Vrijwilliger Hans Vuylsteke
“Ik ben bij de ploeg gekomen om de theorielessen te geven. Als gepensioneerd leerkracht in het volwassenenonderwijs en als vrijwilliger bij de praatmomenten in de bib heb ik wel wat ervaring met lesgeven.
Tijdens de theorielessen behandelen we de basis van de wegcode. Om er zeker van te zijn dat iedereen alles begrijpt, herhalen we de leerstof regelmatig en proberen we die zo snel mogelijk om te zetten in de praktijk. Soms is het wel moeilijk in te schatten of iedereen alles begrijpt. De taalbarrière bij de anderstalige deelnemers maakt het er niet eenvoudiger op. Maar na een tijdje leer je creatief te zijn om zaken uit te leggen, zoals het gevaar van de dode hoek. Ik ben blij dat ik hieraan mag meewerken.”
Steunwiel bewijst dat je nooit te oud bent om iets nieuws te leren. Fietsen is veel meer dan een praktische vaardigheid. Het geeft mensen meer zelfvertrouwen, meer zelfstandigheid en soms zelfs nieuwe kansen op werk of vrijwilligerswerk. Voor sommigen begint het met één onzekere trap op de pedalen. Voor velen betekent dit het begin van een nieuw hoofdstuk.

