Vandaag is het exact vier jaar geleden dat Rusland binnenviel in Oekraïne. Wat begon met een grootschalige militaire opmars richting de hoofdstad Kiev, groeide uit tot een langdurig en uitputtend conflict met dagelijkse luchtaanvallen en een steeds intensiever gebruik van drones. Het geweld houdt tot op vandaag aan.
Volgens cijfers van het VN-Vluchtelingenagentschap zijn bijna zes miljoen Oekraïners hun land ontvlucht. Daarvan vonden 5,4 miljoen mensen bescherming in andere Europese landen. Ongeveer 95.000 Oekraïners vroegen bescherming aan in België. Daarnaast zijn nog eens 3,7 miljoen mensen ontheemd binnen Oekraïne zelf, voornamelijk uit het oosten van het land. In totaal hebben naar schatting tien miljoen Oekraïners hun thuis moeten verlaten sinds het begin van de oorlog.
De humanitaire tol blijft zwaar. De organisatie Every Casualty Counts maakte bekend dat inmiddels meer dan 15.172 burgerdoden werden geregistreerd. Het aantal militaire slachtoffers wordt op tienduizenden geschat, terwijl ook duizenden mensen als vermist opgegeven staan. De voorbije maanden viseerden aanvallen in het bijzonder de energie-infrastructuur, met zware gevolgen voor de burgerbevolking tijdens de winterperiode.
Net zoals in andere hedendaagse conflicten zijn burgers de grootste slachtoffers. Achter elk cijfer schuilt een menselijk verhaal – een naam, een familie, een lege stoel aan de keukentafel.
Vredesstad Ieper
De stad Ieper wil vandaag uitdrukkelijk stilstaan bij alle (burger)slachtoffers die sinds de invasie om het leven kwamen. Vanuit haar historische rol als vredesstad pleit Ieper voor een onmiddellijke stopzetting van de militaire acties en voor een diplomatieke oplossing van het conflict. Vier jaar militair machtsvertoon tonen duidelijk aan dat geweld geen duurzame oplossing biedt.

