Bodemonderzoek

Een bodemonderzoek in Vlaanderen verloopt als volgt:

Oriënterend bodemonderzoek (OBO):

Dit is de eerste stap waarbij wordt bepaald of er aanwijzingen zijn voor bodemverontreiniging. Dit kan door middel van historisch onderzoek en staalname in risicozones en niet-risicozones. Een erkend bodemsaneringsdeskundige staat in voor dit onderzoek.

Beschrijvend bodemonderzoek (BBO):

Als er aanwijzingen zijn voor bodemverontreiniging, wordt een beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit omvat grond- en grondwaterstalen ter hoogte van de verontreiniging en een risico-evaluatie om de urgentie van de sanering te bepalen.

Saneringsproject:

Als het onderzoek toont dat een bodemsanering nodig is, wordt er een bodemsaneringsproject (BSP) opgesteld. Dit project bevat de details van de sanering en de termijnen voor de uitvoering.

Technisch verslag:

Bij uitgravingen met een volume van meer dan 250m³ of bij verdachte grond moet er een technisch verslag worden opgesteld. Dit verslag bevat de gegevens van de grond en eventuele infiltratiestudies.

Meer info: Bodem

Naar top